Start van de procedure

Bezwaarschriften worden door het ministerie via een ambtelijke bezwaarprocedure afgedaan.

Als u een bezwaarschrift indient, ontvangt u hiervan van DUO een standaard ontvangstbevestiging per post. DUO is een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW die onder meer verantwoordelijk is voor de afhandeling van bezwaarschriften. Vervolgens ontvangt u een ontvangstbevestiging van de behandelend ambtenaar.  DUO controleert of uw bezwaarschrift aan alle wettelijke vereisten voldoet. Mocht dat niet het geval zijn, dan ontvangt u een brief, waarin DUO u vraagt om de nog ontbrekende gegevens alsnog op te sturen. Dat kan gaan om een machtiging, de statuten van een rechtspersoon of de gronden van het bezwaar als u het bezwaarschrift niet voldoende gemotiveerd heeft.

Als uw bezwaarschrift aan alle gestelde eisen voldoet, wordt het inhoudelijk behandeld. De minister streeft ernaar zaken waar mogelijk snel tot een oplossing te brengen. Daarom kan de behandelend jurist eerst telefonisch contact met u opnemen. Op die manier kan eenvoudig en snel worden nagegaan of een bepaald probleem kan worden opgelost zonder dat de gehele bezwaarprocedure hoeft te worden doorlopen. Zo kan het zijn dat het besluit waartegen bezwaar is gemaakt niet duidelijk genoeg is en dat degene die bezwaar maakt met een telefonische toelichting al geholpen is. Het komt ook wel voor dat naar aanleiding van het bezwaarschrift wordt geconstateerd dat er een fout is gemaakt, die eenvoudig is recht te zetten (bijvoorbeeld fouten in de berekening van een subsidie of de bekostiging van een school waarvoor een aanvullende accountantsverklaring voldoende is).

Als tijdens het telefoongesprek blijkt dat op dat moment geen bevredigende oplossing kan worden gevonden, zal de behandelend jurist met u een afspraak maken voor een hoorzitting indien u daar prijs op stelt.

De hoorzitting

Op grond van artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)  is de minister verplicht om u en eventuele andere belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, voordat hij een besluit neemt op het bezwaarschrift. Tijdens de hoorzitting krijgt u de gelegenheid uit te leggen waarom u het niet eens bent met het besluit waartegen u bezwaar maakt. Mogelijk zijn er ook andere belanghebbenden, die een zelfde opvatting hebben over het besluit, of juist een andere mening zijn toegedaan. Zij kunnen dit ook tijdens deze hoorzitting toelichten. Verder biedt de hoorzitting de gelegenheid om eventuele vragen van de kant van het ministerie te beantwoorden.

U kunt zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde. Dit kan een advocaat zijn of iemand die op een ander vlak verstand van zaken heeft. 

U kunt tot tien dagen voor de hoorzitting nog eventuele aanvullende stukken indienen. 

De waarde van de hoorzitting
De hoorzitting biedt een goede gelegenheid om alle argumenten de revue te laten passeren en met elkaar van gedachten te wisselen. Zo kunnen vragen worden beantwoord en onduidelijkheden worden weggenomen. Tijdens de hoorzitting kan blijken dat een bevredigende oplossing mogelijk is. Soms blijkt meer onderzoek noodzakelijk voor een goede beslissing op bezwaar.

Uitzonderingen op de hoorplicht
In sommige gevallen vindt er geen hoorzitting plaats. Dat is in de eerste plaats het geval als u en de eventueel andere belanghebbenden hebben aangegeven niet gehoord te willen worden. Een hoorzitting blijft volgens de Algemene wet bestuursrecht ook achterwege als:

• het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarvan kan sprake zijn als u niet binnen de termijn bezwaar hebt gemaakt of als u geen belanghebbende bent bij het besluit. Ook kan het zijn dat u niet of niet op tijd de gevraagde gegevens hebt verstrekt;
• het bezwaar kennelijk ongegrond is. Dat wil zeggen dat het zeker is dat uw bezwaar niet tot een andere beslissing zal leiden;
• de minister naar aanleiding van uw bezwaar het besluit wil herzien, omdat direct al duidelijk is dat er een fout is gemaakt. De minister neemt dan een zogenoemd ‘wijzigingsbesluit’. Dit is geen beslissing op het bezwaarschrift, maar een besluit waarmee het onjuiste besluit direct wordt gewijzigd of ingetrokken. Het gaat eigenlijk om een verkorte route. Als er met het ‘wijzigingsbesluit’ volledig aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen en u het bezwaarschrift als gevolg daarvan wilt intrekken, is een hoorzitting uiteraard niet nodig. Dan eindigt de bezwaarschriftprocedure zonder dat er een formele ‘beslissing op bezwaar’ is genomen.
• mocht u op enig moment tijdens de bezwaarprocedure om wat voor reden dan willen afzien van verdere behandeling van uw zaak dan kunt u het bezwaarschrift intrekken. Hieronder treft u een voorbeeld aan van een intrekkingsbericht.

- Intrekkingsbericht 

De beslissing op bezwaar

Nadat de hoorzitting heeft plaatsgevonden, neemt de minister op basis van de informatie die zijn ambtenaren over het bezwaarschrift hebben vergaard en de informatie/toelichting die u tijdens de procedure heeft verstrekt een beslissing op bezwaar.

De beslissing op bezwaar kan inhouden dat uw bezwaar:
• gegrond wordt verklaard. Dit betekent kort gezegd dat de minister van oordeel is dat u in het gelijk moet worden gesteld. De beslissing waartegen u bezwaar heeft gemaakt zal in dergelijke gevallen worden herzien;
• ongegrond wordt verklaard. Dit betekent kort gezegd dat de minister van oordeel is dat het besluit waartegen u bezwaar heeft gemaakt juist is. De minister zal dan het besluit handhaven;
• niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dit betekent dat de minister vindt dat uw bezwaar niet inhoudelijk kan worden behandeld. Bijvoorbeeld omdat uw bezwaar is gericht tegen de wet zelf of omdat u geen rechtstreeks belang hebt bij het bestreden besluit.

Het is ook mogelijk dat in het besluit waartegen u bezwaar heeft gemaakt meerdere zaken aan de orde zijn. Dan kan uw bezwaar voor een deel gegrond en voor een deel ongegrond worden verklaard.

Beslistermijn

Alle betrokkenen streven ernaar de minister in staat te stellen binnen de wettelijke termijn op het bezwaar te beslissen. Helaas lukt dit niet in alle gevallen. 

Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet de minister in een ambtelijke bezwaarprocedure beslissen binnen zes weken na afloop van de bezwaartermijn. Deze termijn kan door de minister één maal met zes weken worden verdaagd. Daarna kan verder uitstel alleen plaatsvinden met toestemming van degene die het bezwaarschrift heeft ingediend.

Ingebrekestelling

Indien niet binnen de beslistermijn op uw bezwaarschrift is beslist, heeft u op grond van de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid om de minister of staatssecretaris in gebreke te stellen. Indien er twee weken na ontvangst van de schriftelijke ingebrekestelling nog geen besluit is genomen, verbeurt het bestuursorgaan per dag maar voor ten hoogste 42 dagen dat het besluit uitblijft, een dwangsom. De dwangsom bedraagt in totaal maximaal € 1.260,-. Tevens heeft u de mogelijkheid om direct bij de rechter beroep in te stellen als er twee weken na de ingebrekestelling nog geen beslissing is. Sinds 1 oktober 2009 is het niet meer mogelijk een bezwaarschrift tegen het niet tijdig beslissen in te dienen.

Dwangsomregeling

De dwangsomregeling geldt indien een bezwaarschrift op of na 1oktober 2009 is ingediend. Als een bezwaarschrift voor 1 oktober 2009 is ingediend is de dwangsomregeling niet van toepassing.

Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar

Stuur dit formulier bij niet tijdig beslissen op bezwaar naar:
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onder vemelding van 'Ingebrekestelling' t.a.v.

DUO
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer

Vermeld linksboven op de envelop 'Ingebrekestelling'.
U kunt het formulier ook faxen naar: 079.323.3887
U ontvangt zo spoedig mogelijk een bericht van ontvangst.

Bezwaar

Als er voor u geen reden meer is om het bezwaarschrift te handhaven (bijvoorbeeld omdat de minister een nieuw besluit heeft genomen dat aan uw bezwaar tegemoet komt), kunt u het bezwaarschrift intrekken. Dit moet u schriftelijk doen of mondeling tijdens de hoorzitting. Na ontvangst van uw intrekking wordt het dossier gesloten.

- Intrekkingsbericht

Beroep

Het is mogelijk dat u het niet eens bent met de beslissing die door de minister is genomen. U kunt dan tegen deze beslissing beroep instellen bij de rechter. Daarvoor geldt een termijn van zes weken. Bij de beslissing op bezwaar wordt vermeld bij welke rechter u dit moet doen. Als onverwijlde spoed dit vereist, heeft u de mogelijkheid om daarnaast een verzoek in te dienen tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter. Aan het instellen van beroep/het doen van een verzoek om voorlopige voorziening, zijn kosten verbonden. De griffier van de rechtbank/de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal u daarover inlichten.