Wanneer kunt u bezwaar maken?

Bent u het niet eens met een besluit van de minister of staatssecretaris van OCW en bent u belanghebbende? Dan kunt u bezwaar maken.

Naast het ministerie zijn er andere organisaties die namens de minister of de staatssecretaris van OCW besluiten nemen. DUO en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) zijn bijvoorbeeld organisaties die onder het ministerie van OCW vallen. Ook tegen deze besluiten kunt u een bezwaarschrift indienen bij de minister.

U kunt eveneens bezwaar maken tegen de schriftelijke weigering een besluit te nemen.

Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen een besluit waarbij het gaat om een algemeen verbindend voorschrift (bijvoorbeeld tegen de wet of een ministeriële regeling zelf) of een beleidsregel.

Oneens met beslissing studiefinanciering, tegemoetkoming lesgeld en loting?
Studenten die het niet eens zijn met een beslissing over hun studiefinanciering, tegemoetkoming lesgeld en loting moeten hun bezwaar schriftelijk indienen bij DUO. Meer informatie vind je op www.ocwduo.nl onder 'Naar DUO -IB-Groep'.

Waar moet een bezwaarschrift aan voldoen?

U moet schriftelijk bezwaar maken. Dit doet u door het indienen van een bezwaarschrift bij de minister. In dit bezwaarschrift moet u de volgende onderwerpen vermelden:

• de datum waarop u het bezwaarschrift verzendt;
• een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt (in ieder geval de datum en het kenmerk van het besluit en een kopie van het besluit);
• de reden van uw bezwaar;
• uw naam, adres en handtekening.

Het bezwaarschrift moet in het Nederlands zijn geschreven. Als het in een vreemde taal is geschreven en er een vertaling nodig is om het bezwaar goed te kunnen behandelen, dan moet u hiervoor zorgen.
Dient u het bezwaarschrift in namens iemand anders? Dan moet u een machtiging overleggen.

Er zijn twee soorten machtigingen:
- een machtiging voor een rechtspersoon
een machtiging voor een natuurlijk persoon

Termijn waarbinnen u een bezwaar moet indienen

U moet een bezwaarschrift indienen binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. Meestal ontvangt u het besluit per post. De termijn waarbinnen u bezwaar kunt maken, begint dan op de dag nadat het besluit is verzonden en duurt zes weken. Die verzenddag is bij het ministerie altijd de dag van de datumstempel die op de brief is gezet. De termijn van zes weken geldt ook als het besluit niet naar u, maar naar iemand anders is gestuurd - bijvoorbeeld uw gemachtigde - en u dit pas later hebt vernomen.

Als uw bezwaarschrift binnen zes weken nadat het besluit bekend werd gemaakt bij het ministerie is ontvangen, bent u op tijd. Hebt u het met de post verstuurd? Dan bent u ook op tijd als u het bezwaarschrift voor het einde van de zes weken op de post heeft gedaan en het bezwaarschrift niet later dan een week na afloop van deze termijn bij het ministerie is ontvangen.

Of het bezwaarschrift op tijd is verzonden, wordt beoordeeld aan de hand van het poststempel op de enveloppe. Alleen het poststempel geldt als bewijs van de verzenddag. Het kan voorkomen dat de poststempel niet goed leesbaar is of ontbreekt. Dat laatste kan gebeuren bij 'port betaalde' verzending of als er een frankeermachine is gebruikt. In die gevallen geldt de datum van ontvangst van het bezwaarschrift bij het ministerie.

Als uw bezwaarschrift NIET binnen zes weken is ingediend

Als uw bezwaarschrift niet binnen zes weken is ontvangen wordt het niet meer inhoudelijk behandeld, tenzij er speciale omstandigheden zijn waardoor het bezwaarschrift niet op tijd kon worden ingediend. Dit wordt een verschoonbare termijnoverschrijding genoemd. Als u te laat bezwaar heeft gemaakt, krijgt u altijd eerst de kans dit schriftelijk uit te leggen. De minister beoordeelt vervolgens of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Als hier geen sprake van is ontvangt u een beslissing op bezwaar van de minister waarin het bezwaarschrift ‘niet-ontvankelijk’ wordt verklaard.

Lukt het u niet om binnen de termijn van zes weken een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen? Dan kunt u ervoor kiezen een bezwaarschrift in te dienen zonder gronden voordat de termijn van zes weken voorbij is. U krijgt dan de mogelijkheid de ontbrekende gronden alsnog aan te vullen binnen vier weken. Doet u dit ook niet binnen de termijn van vier weken, dan kan uw bezwaarschrift niet meer inhoudelijk worden behandeld.

Waar moet het bezwaarschrift naar toe?

U stuurt het bezwaarschrift, onder vermelding van ‘bezwaar’ naar:
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
t.a.v. DUO
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer
U kunt het ook faxen naar: 079 – 323 38 87.

Treedt het besluit wel in werking?

Als uw bezwaarschrift is ingediend volgens de regels en binnen de termijn van zes weken, dan wordt het bezwaar in behandeling genomen. Maar het besluit waartegen u bezwaar maakt, treedt wel in werking. De werking wordt dus niet uitgesteld voor de periode dat de minister zich over uw bezwaar buigt. Er is geen sprake van een schorsende werking van het besluit.

Het is mogelijk een apart verzoek in te dienen als u de werking van het besluit op korte termijn wilt tegenhouden. Hiervoor moet u een verzoek om ‘voorlopige voorziening’ indienen bij de president van de rechtbank of bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hieraan zijn kosten verbonden. In uw verzoek moet u aantonen dat u een spoedeisend belang heeft bij de door u gevraagde voorziening en aangeven dat u bezwaar heeft gemaakt. Wordt uw verzoek ingewilligd, dan treft de rechter een speciale regeling voor de periode waarbinnen de behandeling van het bezwaarschrift plaatsvindt.

In de meeste gevallen moet u het verzoek om voorlopige voorziening sturen aan de president van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening moet u sturen aan de rechtbank die rechtspreekt in het gebied waar u woont of waar uw bedrijf, stichting of vereniging (statutair) is gevestigd.
Voor de adressen van de rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwijzen wij u naar www.rechtspraak.nl.